Je hebt volledig gelijk: ik heb me vergist me de 20*log 2 (eigen schuld, moet ik maar niet alles uit het hoofd willen doen). Deze berekening moet zijn: 20 * log (wortel 2), maar het is wél zeker weten 1/2 golflengte !!
De tweede (80%) regel is wél erg belangrijk (en heeft trouwens betrekking op het 'vooraanzicht'), maar voorlopig moet ik me even gewonnen geven, daar ik je de wetenschappelijke verklaring nu niet zo 1,2,3 kan geven. Helaas heb ik nu weinig tijd daarvoor, maar ik zal zeker een dezer dagen nog even de boeken induiken om deze theorie op te snorkelen.
Verder heb je met de opstelling van de subs ook gelijk (zo doen wij dat ook regelmatig), met een 'matrix' van bijvoorbeeld 5 x 5 kun je met de juiste delay-tijden en goede onderlinge afstanden een waar sub-kanon bouwen (o.a. in praktijk gebracht bij Qontact 2003 in het Gelredome), met áchter het sub-array relatief weinig geluid. Maar ik blijf bij mijn standpunt dat voor volledige koppeling de afstand tussen de bronnen maximaal de halve golflengte van de hoogst weer te geven frequentie mag zijn.
Effe nog wat anders:
De theoretische line-source heeft een lengte 'oneindig' en daarmee een verval van -3dB per verdubbeling van de afstand. Echter, de fysieke lijnbronnen kunnen natuurlijk niet aan voldoen aan deze eis. Wat blijkt dan ook in de praktijk: er bestaat een maat 'Rlim' die staat voor de afstand tot de lijnbron waarbij het verval in geluidsdruk omslaat van -3dB naar de 'conventionele' -6dB per verdubbeling van de afstand. Deze Rlim is sterk afhankelijk van de lengte van de lijnbron én van de frequentie waarop gemeten wordt. Een paar voorbeelden van Rlim (in meters):
lengte lijnbron (mtr)
freq (Hz)________2,75______4,6_______7,36_______11,04
63_______________0_________0_________0__________11 .20
250______________2.8_______7.78______19.92______44 .81
1000_____________11.20_____31.12_____79.66______17 9.24
16000____________179.66____497.88____1274.58____28 67.80
Hier is een formule voor, ook deze zal ik eens op proberen te snorkelen.
Nu meen ik mij extreem vaag te herinneren dat de oorzaak van de 'van de frequentie afhankelijke component' van Rlim ligt in het al dan niet voldoen aan de 80% regel, maar dit is wel een héle vage herinnering en ik zou zo 1,2,3 de oorzaak ook niet kunnen verklaren. Ik vertel het toch maar, omdat er misschien iemand is die dit leest en denkt: och ja, zo zat dat: bla bladiebla (en het goed zou kunnen uitleggen).... Nogmaals: to be continued.
Verder is Rlim min of meer ook te zien als een soort 'indicator' voor de mate van acoustische koppeling. In principe geldt: hoe langer de line-source, hoe beter (zoals je ook zelf al aangaf, algemeen bekend natuurlijk), wat Rlim ook illustreerd.
Maar goed, dit zijn weer heel andere stukken van de line-source theorie. Met welk programma heb je die simulaties (plaatjes) eigenlijk gemaakt? Lijkt me leuk om mee te spelen, ik heb ook wat vergelijkbare software, maar die ziet er weer nét iets anders uit.
Oh ja, kijk niet raar op als je een paar dagen niks van me hoort, dan ben ik druk aan het klussen (niet dat je denk: wat een aso, die laat niks meer van zich horen als hij 'kritiek' krijgt)
De groeten
De tweede (80%) regel is wél erg belangrijk (en heeft trouwens betrekking op het 'vooraanzicht'), maar voorlopig moet ik me even gewonnen geven, daar ik je de wetenschappelijke verklaring nu niet zo 1,2,3 kan geven. Helaas heb ik nu weinig tijd daarvoor, maar ik zal zeker een dezer dagen nog even de boeken induiken om deze theorie op te snorkelen.
Verder heb je met de opstelling van de subs ook gelijk (zo doen wij dat ook regelmatig), met een 'matrix' van bijvoorbeeld 5 x 5 kun je met de juiste delay-tijden en goede onderlinge afstanden een waar sub-kanon bouwen (o.a. in praktijk gebracht bij Qontact 2003 in het Gelredome), met áchter het sub-array relatief weinig geluid. Maar ik blijf bij mijn standpunt dat voor volledige koppeling de afstand tussen de bronnen maximaal de halve golflengte van de hoogst weer te geven frequentie mag zijn.
Effe nog wat anders:
De theoretische line-source heeft een lengte 'oneindig' en daarmee een verval van -3dB per verdubbeling van de afstand. Echter, de fysieke lijnbronnen kunnen natuurlijk niet aan voldoen aan deze eis. Wat blijkt dan ook in de praktijk: er bestaat een maat 'Rlim' die staat voor de afstand tot de lijnbron waarbij het verval in geluidsdruk omslaat van -3dB naar de 'conventionele' -6dB per verdubbeling van de afstand. Deze Rlim is sterk afhankelijk van de lengte van de lijnbron én van de frequentie waarop gemeten wordt. Een paar voorbeelden van Rlim (in meters):
lengte lijnbron (mtr)
freq (Hz)________2,75______4,6_______7,36_______11,04
63_______________0_________0_________0__________11 .20
250______________2.8_______7.78______19.92______44 .81
1000_____________11.20_____31.12_____79.66______17 9.24
16000____________179.66____497.88____1274.58____28 67.80
Hier is een formule voor, ook deze zal ik eens op proberen te snorkelen.
Nu meen ik mij extreem vaag te herinneren dat de oorzaak van de 'van de frequentie afhankelijke component' van Rlim ligt in het al dan niet voldoen aan de 80% regel, maar dit is wel een héle vage herinnering en ik zou zo 1,2,3 de oorzaak ook niet kunnen verklaren. Ik vertel het toch maar, omdat er misschien iemand is die dit leest en denkt: och ja, zo zat dat: bla bladiebla (en het goed zou kunnen uitleggen).... Nogmaals: to be continued.
Verder is Rlim min of meer ook te zien als een soort 'indicator' voor de mate van acoustische koppeling. In principe geldt: hoe langer de line-source, hoe beter (zoals je ook zelf al aangaf, algemeen bekend natuurlijk), wat Rlim ook illustreerd.
Maar goed, dit zijn weer heel andere stukken van de line-source theorie. Met welk programma heb je die simulaties (plaatjes) eigenlijk gemaakt? Lijkt me leuk om mee te spelen, ik heb ook wat vergelijkbare software, maar die ziet er weer nét iets anders uit.
Oh ja, kijk niet raar op als je een paar dagen niks van me hoort, dan ben ik druk aan het klussen (niet dat je denk: wat een aso, die laat niks meer van zich horen als hij 'kritiek' krijgt)
De groeten



][
)]


vond ik (zoals eerder gezegd) de horizontale afstraling erg gelijkmatig en zonder hoorbare lobes, fasedraaiingen. Ook van near- naar farfield was dit nog best OK, maar het schijnt volgens de kenners nog beter te kunnen klinken met aangepaste controller settings (zoals die bijvoorbeeld van Story).
Comment