@SPS: Misschien klopt je waarneming wel (ik ben wat betreft ervaring absoluut geen bijzondere), maar de verklaring is denk ik fout. De rondgaande versterking die geen 1 mag worden is van het totale systeem. Even wat basics.
Bij een teruggekoppeld systeem onderkennen we meestal een voorwaartse versterking A en een terugkoppellus met versterking beta. Als de rondgaande versterking A*beta groter wordt dan één (in werkelijkheid ligt het iets anders, maar dat is nu even niet van belang) wordt het systeem instabiel, het gaat rondzingen. (Bij rondgaande versterkingen tussen de nul een één is er sprake van ringing, goed te horen als een microfoon nèt niet gaat rondzingen.) Zie figuur 1.

In het geval van de monitors zou je het voorwaartse pad kunnen definiëren als de versterking vanaf de microfoon tot aan het elektronische signaal in de tafel (overdracht microfoon * gain). De terugkoppellus is dan alles vanaf dat signaal via de monitor totaan de microfoon opnieuw: je aux potmeter, je monitorversterker, je monitor zelf. Zie figuur 2 en 3. Voor de waarde van beta maakt het dus niet uit of je een twee keer zo sterk versterkende monitorversterker en een half zo inefficiente monitorspeaker hebt of andersom. Maar als je zegt dat het volume niet toeneemt, dan betekent dat dat je wel iets verandert aan de waarde van de versterker en van de monitor, maar het product blijft constant, wat niet kan uitmaken voor de stabiliteit (rondzing-gevoeligheid).
Wat ik me wel kan voorstellen is dat het iets te maken heeft met speakers die in compressie gaan en boventonen en daardoor meer vermogen uitspugen. Het kan niet zo zijn dat als het volume gelijk blijft er toch meer of minder rondzing-gevoeligheid is.
Kortom, je hebt vast gelijk wat betreft het fenomeen, maar de uitleg is op z'n minst wat vaag. Kan iemand misschien nog wat licht schijnen op de feitelijke oorzaak van dit effect?
Groetjes,
Sjoerd
Bij een teruggekoppeld systeem onderkennen we meestal een voorwaartse versterking A en een terugkoppellus met versterking beta. Als de rondgaande versterking A*beta groter wordt dan één (in werkelijkheid ligt het iets anders, maar dat is nu even niet van belang) wordt het systeem instabiel, het gaat rondzingen. (Bij rondgaande versterkingen tussen de nul een één is er sprake van ringing, goed te horen als een microfoon nèt niet gaat rondzingen.) Zie figuur 1.

In het geval van de monitors zou je het voorwaartse pad kunnen definiëren als de versterking vanaf de microfoon tot aan het elektronische signaal in de tafel (overdracht microfoon * gain). De terugkoppellus is dan alles vanaf dat signaal via de monitor totaan de microfoon opnieuw: je aux potmeter, je monitorversterker, je monitor zelf. Zie figuur 2 en 3. Voor de waarde van beta maakt het dus niet uit of je een twee keer zo sterk versterkende monitorversterker en een half zo inefficiente monitorspeaker hebt of andersom. Maar als je zegt dat het volume niet toeneemt, dan betekent dat dat je wel iets verandert aan de waarde van de versterker en van de monitor, maar het product blijft constant, wat niet kan uitmaken voor de stabiliteit (rondzing-gevoeligheid).
Wat ik me wel kan voorstellen is dat het iets te maken heeft met speakers die in compressie gaan en boventonen en daardoor meer vermogen uitspugen. Het kan niet zo zijn dat als het volume gelijk blijft er toch meer of minder rondzing-gevoeligheid is.
Kortom, je hebt vast gelijk wat betreft het fenomeen, maar de uitleg is op z'n minst wat vaag. Kan iemand misschien nog wat licht schijnen op de feitelijke oorzaak van dit effect?
Groetjes,
Sjoerd








Comment