Voor wie de marktontwikkelingen volgt is de titel van dit topic beslist geen nieuws.
Verschillende digitale formaten zijn hier iedere dag stof tot gesprek (MP3).
Over de kwaliteit van de verschillende geluidsdragers hoor je hier echter weinig.
In het NRC van gisteren stond een leuk artikel dat ik jullie niet wilde onthouden.
[quote]citaat: Super audio en dvd audio worden de veel betere opvolgers van de compact disc
...De cd heeft na 20 jaar zijn beste tijd gehad...
De geluidskwaliteit van de cd, ooit gezien als een 'revolutie', viel uiteindelijk toch tegen. Nu wordt de cd verslagen door door dvd-a en super audio.
Door Bart Jippes
AMSTERDAM, 4 MAART. Ruim twintig jaar na de introductie van de compact disc lijkt dit opslagmedium zijn langste tijd te hebben gehad. De patenten op de gebruikte techniek lopen af. De grote elektronicaconcerns zijn gewikkeld in een slag om een nieuwe techniek tot standaard te verheffen. Philips heeft zich, met in gedachten de twintig mooie jaren dat de cd-royalties binnenstroomden, sinds enkele jaren geschaard achter Sony, de uitvinder van een mogelijke opvolger van de cd: de super audio cd. Hun grootste concurrent is de Japanse elektronicagigant Matsushita, die met zijn merken Panasonic en Technics dvd-audio mede heeft ontwikkeld. Beide systemen zijn in staat om de muziekweergave thuis te verheffen tot een niveau dat de cd ver onder zich laat.
In geluidskwaliteit is muziekweergave in de huiskamer de laatste kwart eeuw nauwelijks verbeterd. Na twintig jaar ontwikkeling kan de compact disc nog steeds de allerbeste analoge platenspeler niet op alle fronten verslaan. Radio ging in de jaren zeventig over op een inferieure digitale verbinding tussen studio en zender. Het gevolg was dat de luisteraar het sindsdien met een plat, steriel en bloedarmoedig geluid moest stellen. Vervolgens lieten de omroepstudio's hun kwaliteitscriteria los. Dynamiekcompressie werd toegepast, opdat men ook in de auto de zachtste passages kon volgen; Optimod werd ingevoerd, waarmee hele frequentiegebieden in de muziek afgezwakt of versterkt worden, zodat de zender een 'eigen geluid' kreeg. De afdraaisnelheid van een plaat kon naar believen worden verhoogd om tijd te winnen, voor meer muziek of commercials.
Voor het overgrote deel van de muziekconsumenten bepalen gemak en lage kosten de norm. Kwaliteit speelt slechts voor een enkeling een rol. De gemiddelde luisteraar wil wel stereo maar zet de luidsprekers het liefst uit het zicht, ergens in een hoek achter de bank. Het geeft niet dat die opstelling voor een goede muziekreproductie funest is. Ander meubilair mag getuigen van de goede smaak van de bewoner, niet de luidsprekers. Die zijn dan ook meestal lelijk, want goedkoop: een sombere schoenendoos. Iedereen heeft thuis een geluidsinstallatie, maar interieurarchitecten houden er als regel nooit rekening mee. En hoewel er prachtig vormgegeven speakers bestaan, kom je ze in woontijdschriften ook al niet tegen.
Kwaliteitsverbetering van muziekweergave komt dan ook nooit voort uit de behoefte van de muziekliefhebber, maar uit de filmwereld. De uitvinder van stereo is de Engelse geluidstechnicus Alan Blumlein. Hij kreeg in 1933 patent op een systeem met meerdere luidsprekers in het kader van zijn onderzoek naar het verbeteren van geluid in de bioscoopzaal. En het was Walt Disney die in 1940 als eerste de wereld kennis liet maken van stereogeluid, in zijn tekenfilm Fantasia. Daarin speelde een orkest onder leiding van Leopold Stokowski onder meer Beethoven's Pastorale en Stravinsky's Le sacre du printemps. Pas in de jaren vijftig werd met stereo geƫxperimenteerd op grammofoonplaten. Een algemeen aanvaarde standaard die de doorsnede van de plaat en het aantal toeren per minuut daarvan bepaalde kwam pas veel later.
De compact disc die begin jaren tachtig op de markt kwam is ook al een restproduct van de filmindustrie. Onderzoek naar digitale beeldopslag leidde tot de laser disc, een p
Verschillende digitale formaten zijn hier iedere dag stof tot gesprek (MP3).
Over de kwaliteit van de verschillende geluidsdragers hoor je hier echter weinig.
In het NRC van gisteren stond een leuk artikel dat ik jullie niet wilde onthouden.
[quote]citaat: Super audio en dvd audio worden de veel betere opvolgers van de compact disc
...De cd heeft na 20 jaar zijn beste tijd gehad...
De geluidskwaliteit van de cd, ooit gezien als een 'revolutie', viel uiteindelijk toch tegen. Nu wordt de cd verslagen door door dvd-a en super audio.
Door Bart Jippes
AMSTERDAM, 4 MAART. Ruim twintig jaar na de introductie van de compact disc lijkt dit opslagmedium zijn langste tijd te hebben gehad. De patenten op de gebruikte techniek lopen af. De grote elektronicaconcerns zijn gewikkeld in een slag om een nieuwe techniek tot standaard te verheffen. Philips heeft zich, met in gedachten de twintig mooie jaren dat de cd-royalties binnenstroomden, sinds enkele jaren geschaard achter Sony, de uitvinder van een mogelijke opvolger van de cd: de super audio cd. Hun grootste concurrent is de Japanse elektronicagigant Matsushita, die met zijn merken Panasonic en Technics dvd-audio mede heeft ontwikkeld. Beide systemen zijn in staat om de muziekweergave thuis te verheffen tot een niveau dat de cd ver onder zich laat.
In geluidskwaliteit is muziekweergave in de huiskamer de laatste kwart eeuw nauwelijks verbeterd. Na twintig jaar ontwikkeling kan de compact disc nog steeds de allerbeste analoge platenspeler niet op alle fronten verslaan. Radio ging in de jaren zeventig over op een inferieure digitale verbinding tussen studio en zender. Het gevolg was dat de luisteraar het sindsdien met een plat, steriel en bloedarmoedig geluid moest stellen. Vervolgens lieten de omroepstudio's hun kwaliteitscriteria los. Dynamiekcompressie werd toegepast, opdat men ook in de auto de zachtste passages kon volgen; Optimod werd ingevoerd, waarmee hele frequentiegebieden in de muziek afgezwakt of versterkt worden, zodat de zender een 'eigen geluid' kreeg. De afdraaisnelheid van een plaat kon naar believen worden verhoogd om tijd te winnen, voor meer muziek of commercials.
Voor het overgrote deel van de muziekconsumenten bepalen gemak en lage kosten de norm. Kwaliteit speelt slechts voor een enkeling een rol. De gemiddelde luisteraar wil wel stereo maar zet de luidsprekers het liefst uit het zicht, ergens in een hoek achter de bank. Het geeft niet dat die opstelling voor een goede muziekreproductie funest is. Ander meubilair mag getuigen van de goede smaak van de bewoner, niet de luidsprekers. Die zijn dan ook meestal lelijk, want goedkoop: een sombere schoenendoos. Iedereen heeft thuis een geluidsinstallatie, maar interieurarchitecten houden er als regel nooit rekening mee. En hoewel er prachtig vormgegeven speakers bestaan, kom je ze in woontijdschriften ook al niet tegen.
Kwaliteitsverbetering van muziekweergave komt dan ook nooit voort uit de behoefte van de muziekliefhebber, maar uit de filmwereld. De uitvinder van stereo is de Engelse geluidstechnicus Alan Blumlein. Hij kreeg in 1933 patent op een systeem met meerdere luidsprekers in het kader van zijn onderzoek naar het verbeteren van geluid in de bioscoopzaal. En het was Walt Disney die in 1940 als eerste de wereld kennis liet maken van stereogeluid, in zijn tekenfilm Fantasia. Daarin speelde een orkest onder leiding van Leopold Stokowski onder meer Beethoven's Pastorale en Stravinsky's Le sacre du printemps. Pas in de jaren vijftig werd met stereo geƫxperimenteerd op grammofoonplaten. Een algemeen aanvaarde standaard die de doorsnede van de plaat en het aantal toeren per minuut daarvan bepaalde kwam pas veel later.
De compact disc die begin jaren tachtig op de markt kwam is ook al een restproduct van de filmindustrie. Onderzoek naar digitale beeldopslag leidde tot de laser disc, een p




Comment