Okee Koen, duidelijk...
Waar ik toch echt 100% zeker weet dat de maximale afstand 1/2 lambda mag zijn (en jij ook begrijp ik), is Mac 100% zeker dat dit tot 1/3 lambda geldt. Ik weet dat deze veronderstelling van Mac niet klopt, maar ik ben nog even naar een goede bewijsvoering aan het zoeken. Vandaar die ellenlange verhalen
De 1/4 lambda waar jij het in het geval van de subs over hebt is denk ik al redelijk goed uitgelegd. In de 'rechte' situatie moeten alle geluidsgolven in ieder geval op hetzelfde moment dezelfde plaats bereiken (ín de afstraalrichting zeg maar). Ga je kasten omdraaien of uit fase zetten (om wat voor reden dan ook, ik heb het in ieder geval nog nooit gedaan), dan zul je dit moeten compenseren door delay-tijden. Ik zal het toch nog even proberen te illustreren:
Daarnaast kun je met verschillende delay-tijden je sub-array een ander afstraalpatroon geven, ik heb hier vanmiddag ook een ander topic over geopend, maar dat even terzijde.
Bovenste plaatje: Door Tijd 2 en Tijd 3 (T2 en T3) ten opzichte van T1 te delayen, kun je je sub-afstraling zeg maar uit elkaar trekken. Ook kun je door een bepaalde afstand tussen de kasten aan te houden, de afstraling optimaliseren voor een bepaalde frequentie (voor 60 Hz is dit 1,34 mtr bijvoorbeeld)
Onderste plaatje: ga je je subs in een matrix-opstelling gebruiken, ook dan kun je de arc-tijden gebruiken, alleen zul je dan je voorste rij subs moeten vertragen ten opzichte van de achterste. Op deze manier krijg je extra power naar voren en uitdoving naar achteren, uiteraard is dit wel frequentie-afhankelijk. Ik neem als richtlijn altijd het logaritmische midden van het bereik van de subs, laten we zeggen dat dit 50 Hz is.
Het doel is om naar voren zo veel mogelijk optelling te krijgen en naar achteren zoveel mogelijk uitdoving. Houd je nu aan dat d1 =1/4 lambda (=1,7 mtr voor 50 Hz), met een basisvertraging van 1/4 looptijd voor de voorste subs (= 5 ms voor 50 Hz), dan heeft dit tot gevolg dat de voorste subs naar voren toe in-fase (5 -5 =0 ms delay) spelen met de achterste en naar achteren toe uit-fase (5+5 = 10 ms delay = 1/2 lambda = uitdoving).
In de rechte situatie zou je dan dus de volgende tijden kunnen gebruiken:
T1= 5 ms
T2= 5 ms
T3= 0 ms
T4= 0 ms
Ga je er een ARC van maken, dan zou je bijvoorbeeld op de volgende tijden kunnen uitkomen:
T1= 5 ms
T2= 6,5 ms
T3= 0 ms
T4= 1,5 ms
Hopelijk heb je er wat aan.
Cheers mate!
Waar ik toch echt 100% zeker weet dat de maximale afstand 1/2 lambda mag zijn (en jij ook begrijp ik), is Mac 100% zeker dat dit tot 1/3 lambda geldt. Ik weet dat deze veronderstelling van Mac niet klopt, maar ik ben nog even naar een goede bewijsvoering aan het zoeken. Vandaar die ellenlange verhalen
De 1/4 lambda waar jij het in het geval van de subs over hebt is denk ik al redelijk goed uitgelegd. In de 'rechte' situatie moeten alle geluidsgolven in ieder geval op hetzelfde moment dezelfde plaats bereiken (ín de afstraalrichting zeg maar). Ga je kasten omdraaien of uit fase zetten (om wat voor reden dan ook, ik heb het in ieder geval nog nooit gedaan), dan zul je dit moeten compenseren door delay-tijden. Ik zal het toch nog even proberen te illustreren:
Daarnaast kun je met verschillende delay-tijden je sub-array een ander afstraalpatroon geven, ik heb hier vanmiddag ook een ander topic over geopend, maar dat even terzijde.
Bovenste plaatje: Door Tijd 2 en Tijd 3 (T2 en T3) ten opzichte van T1 te delayen, kun je je sub-afstraling zeg maar uit elkaar trekken. Ook kun je door een bepaalde afstand tussen de kasten aan te houden, de afstraling optimaliseren voor een bepaalde frequentie (voor 60 Hz is dit 1,34 mtr bijvoorbeeld)
Onderste plaatje: ga je je subs in een matrix-opstelling gebruiken, ook dan kun je de arc-tijden gebruiken, alleen zul je dan je voorste rij subs moeten vertragen ten opzichte van de achterste. Op deze manier krijg je extra power naar voren en uitdoving naar achteren, uiteraard is dit wel frequentie-afhankelijk. Ik neem als richtlijn altijd het logaritmische midden van het bereik van de subs, laten we zeggen dat dit 50 Hz is.
Het doel is om naar voren zo veel mogelijk optelling te krijgen en naar achteren zoveel mogelijk uitdoving. Houd je nu aan dat d1 =1/4 lambda (=1,7 mtr voor 50 Hz), met een basisvertraging van 1/4 looptijd voor de voorste subs (= 5 ms voor 50 Hz), dan heeft dit tot gevolg dat de voorste subs naar voren toe in-fase (5 -5 =0 ms delay) spelen met de achterste en naar achteren toe uit-fase (5+5 = 10 ms delay = 1/2 lambda = uitdoving).
In de rechte situatie zou je dan dus de volgende tijden kunnen gebruiken:
T1= 5 ms
T2= 5 ms
T3= 0 ms
T4= 0 ms
Ga je er een ARC van maken, dan zou je bijvoorbeeld op de volgende tijden kunnen uitkomen:
T1= 5 ms
T2= 6,5 ms
T3= 0 ms
T4= 1,5 ms
Hopelijk heb je er wat aan.
Cheers mate!






wat lastiger laat uitleggen en voor wat Babylonische spraakverwarring kan zorgen. In jullie geval: dank voor de bijdrages !
Comment