J&H Shop - Alles voor op en rond het podium
Pagina 1 van de 3 1 2 3 Laatste
  1. #1

    Ingeschreven
    Jul 2003
    Locatie
    1
    Posts
    1.281

    Standaard Kick-start Hornresp

    Hornresp Help


    Introductie

    Hornresp is een hoornsimulatieprogramma, geschreven door David McBean en gebaseerd op Olsen’s hoornmodel. David schreef het originele programma in de vroege jaren zeventig van de vorige eeuw in Fortran IV en draaide het op een IBM mainframe computer ter grootte van een riante studentenkamer.
    Hornresp kent, zoals de meeste simulatieprogramma’s, enige beperkingen in het hogere frequentiegebied (300 Hz +) en wordt mede daarom voornamelijk gebruikt voor de simulatie van bas/subhoorns. De “power” respons heet echter vrij accuraat te zijn en latere versies hebben de optie om de directiviteit te berekenen (daarover later meer).
    Hoewel het een vrij eenvoudig programma betreft nam de complexiteit over de jaren toe. Ook bevat het een serie vaktermen en afkortingen die onduidelijk of mysterieus kunnen overkomen, zelfs na het lezen van de ingebouwde Helpfile. De Engelse taal maakt het er al niet makkelijker op, daarom een Nederlandstalige “kickstart” die je hopelijk snel op weg helpt.


    Handleiding

    ANG: Hier kun je aangeven hoe de hoorn het geluid in/naar de ruimte afstraalt.

    4,0 Pi: Lage frequenties stralen omni-directioneel af. Dit betekent dat als de kast hoog in lucht wordt geplaatst het geluid in alle richtingen afstraalt. Op deze manier vormt het geluid als het ware een bol om de luidspreker/kast/bron heen, met de kast in het middelpunt. Deze bolvormige afstraling wordt 4,0 Pi genoemd (fullspace).

    2,0 Pi: Zodra een kast in 2,0 Pi staat wordt de afstraling anders, het vormt nu een halve bol (beter bekend als halfspace). De grond vormt een akoestische spiegel: Het is alsof er onder de grond een hoorn staat die spiegelt met de eigenlijke hoorn. Doordat er twee hoorns aanwezig zijn is de effectieve mondoppervlakte verdubbeld. De laagweergave wordt vaak verbeterd en de efficiëntie van het systeem wordt verhoogd (harder met hetzelfde vermogen).
    Hoe kleiner het getal voor Pi, hoe harder en dieper de hoorn zal gaan met dezelfde input. Elke halvering van het getal staat voor een effectieve verdubbeling van de mondoppervlakte.

    1,0 Pi (1/4th space) gebruikelijkerwijs is dit als de hoorn op de grond en tegen 1 muur staat maar ook hoog boven de grond tegen twee muren. Dit geeft dezelfde frequentierespons als 2 kasten in halfspace.

    0,5 Pi (1/8th space) in het Engels bekend als "corner loaded" (hoekgeladen), met de hoorn op de vloer en tegen twee muren. Dit geeft dezelfde frequentierespons als 4 kasten in halfspace.

    0,0 Pi Dit staat voor een oneindige hoorn.

    In de meeste gevallen, op zeer grote PA-installaties na, worden sub/baskasten op de grond gezet en worden dus gesimuleerd in halfspace (2,0 Pi). Topkasten worden doorgaans gevlogen of op statieven of subkasten geplaatst (zodat de hoornmond van de hoogdriver zich boven het publiek bevind). Naarmate de hoogte van plaatsing en/of de frequentie toeneemt zal de afstraling geleidelijk van halfspace naar fullspace gaan.
    Dit wordt nog eens versneld door de toenemende directiviteit van de hoorn op hogere frequenties. Doordat deze frequenties zich niet meer omni-directioneel gedragen zijn ze minder ontvankelijk voor externe invloeden op de afstraling (muren, plafonds, vloeren, etc.) PA-topkasten worden om die reden het beste gesimuleerd in fullspace.

    Halvering van het getal voor Pi (bijv. 4,0 Pi  2,0 Pi) geeft volgens Hornresp een maximale toename van ~5 dB in SPL (theoretisch max. 6 dB). Dit is echter gebaseerd op een zeer solide afbakening van de afstraling, bijvoorbeeld een dikke betonnen muur. Dunne muren en/of muren van hout, gipsplaten en dergelijke hebben doorgaans minder invloed en kunnen daarom in een lagere SPL resulteren dan voorspeld.
    In het ergste geval (zoals lage frequenties of hoge SPL-niveau’s) kunnen ze zelfs als geluidsabsorptie werken, waarbij geluidsenergie in de vorm van beweging en warmte-ontwikkeling verloren gaat.

    Een sub vliegen geeft bijna altijd meer nadelen dan voordelen. Voor PA worden veel hoorns zo ontworpen dat ze pas optimaal werken in een stack van 4 of meer in halfspace. Voor thuis/hifigebruik kun je ANG kiezen zoals dat het beste uitkomt. 0,5 Pi is hier het meest efficiënt en geeft de beste laagweergave in verhouding tot de grote van de kast. Niet iedereen is hier echter even enthousiast over, aangezien er ook geluidstechnische nadelen kleven aan het plaatsen van (bas)luidsprekers in een hoek.

    VEL / DEN: In latere versies van Hornresp zijn deze parameters vervangen door EG en RG.

    VEL: De snelheid van het geluid in de lucht op een gegeven temperatuur en luchtdruk (onder standaardomstandigheden; welke zijn vastgelegd volgens internationale afspraken). Tenzij je de juiste omstandigheden van de locatie weet, kun je deze op 'default' houden.

    DEN: De dichtheid van de lucht op een gegeven temperatuur en luchtdruk. Zie ook VEL.

    EG: Versterker RMS Voltage (in Volt) – Effectief gezien is dit het ingangsvermogen in het kwadraat, gedeeld door de impedantie.

    In Hornresp werk je niet meer met het vermogen in Watt (zoals bij WinISD Pro) maar met het voltage. Deze parameter beïnvloed de SPL en de mechanische uitslag van de luidspreker.
    Hornresp heeft een ingebouwde calculator (dubbelklik in het invoerveld) die het vermogen in Watt (W), bij een bepaalde impedantie naar het voltage vertaald.

    2,83 volt vertaald zich in 1 W bij een impedantie van 8 Ohm. 2,83 Volt is echter ook 2 W bij een impedantie van 4 Ohm.

    Stel je wilt een invoer van 200 W voor een 8 Ohmige luidspreker, Hornresp berekent dit als 40.00 Volt:

    U = I x Z --> 40.00 / 8 = 5 A --> P = U x I --> 40 x 5 = 200 W (= U^2 / Z) {U = voltage, I = stroom/Ampèrage, Z = impedantie, P = vermogen}

    RG: Interne weerstand versterker (ohm) – Dit is (eventueel) inclusief de weerstand van de kabels van de versterker naar de luidsprekers. Een zetje in de richting: Kabel van de versterker naar de luidsprekers (10 meter lang, 2,5 mm kwadraat) ~0,3 Ohm. Interne weerstand versterker ~0,04 Ohm.

    CIR: De omtrek van de hoornmond gemeten in grensfrequentie golflengtes - CIR is alleen zichtbaar als het laatste hoornsegment exponentieel is of als het eerste en enige segment exponentieel of hyperbolisch-exponentieel is. Indien dit niet zo is wordt CIR vervangen door FTA (verderop).

    Zoals je wellicht weet simuleert Hornresp de hoornoppervlakte (mond, keel en de diverse segmenten) alsof deze conisch/cirkelvormig zijn. Om een optimale efficiëntie te bereiken op de onderste grensfrequentie van de hoorn moet de omtrek van de ronde hoornmond gelijk zijn aan de golflengte van de onderste grensfrequentie (in 4,0 Pi). Aan deze voorwaarde wordt voldaan zodra CIR 1,0 is.

    In 2,0 Pi is de optimale efficiëntie bij de onderste grensfrequentie met een kleinere hoornmond te behalen (zie ook ANG). In 1,0 Pi kan de hoornmond wederom kleiner worden gemaakt, etc.

    In de meeste moderne hoornontwerpen is de hoornmond kleiner dan de optimale mondoppervlakte (een compromis tussen de grootte en de benodigde prestaties). Als je de Engelse taal machtig bent kun je er meer over teruglezen in de FAQ’s van Speakerplans en op het www. In het kort; Je kunt wegkomen met een CIR kleiner dan 1,0 mits correct ontworpen.

    FTA: Flare tangent angle (in graden) – Alleen zichtbaar als CIR niet zichtbaar is. Een FTA van nul geeft een rechte buis. Het maximum van 90 is een bijna oneindig snelle expansie, bijvoorbeeld als S1 veel kleiner als S2 is en/of L12 zeer kort is. Zichtbaar in het schematische diagram.
    Laatst gewijzigd door Rademakers; 14-10-12 om 20:51.

  2. #2

    Ingeschreven
    Jul 2003
    Locatie
    1
    Posts
    1.281

    Standaard

    S1: Dit is de oppervlakte van het begin van de hoorn (keel/throat). Het staat in direct verband met de compressie(factor) van normale hoorns.

    Compressiefactor
    De compressiefactor is Sd/S1 (niet voor tapped /offset hoorns), dus als de Sd 1220 cm2 is en S1 is 610 cm2, dan is de compressiefactor 2 (ook geschreven als 2:1). Hoe groot of klein de compressie is, is in principe aan de ontwerper maar er zijn een paar dingen die je in het achterhoofd moet houden.
    10:1 is wat er in sommige hoogdrivers wordt toegepast, dit is echter hoog in vergelijking met hoorns voor het middengebied, 4:1 is daar minder uitzonderlijk.
    Er is momenteel nog geen parameter die precies aangeeft wat de sterkte van de konus is (hint aan de fabrikanten ), mede daardoor zijn er geen bindende regels. De sterkte van de conus is hier van belang, omdat een hogere compressiefactor een grotere belasting voor de conus vormt. Een te grote compressiefactor kan dan ook leiden tot de destructie van een conus.

    Als vuistregel geldt, dat voor zowel PA als Hifi een compressiefactor van 2 als relatief veilig kan worden beschouwd (slappe aftreksels van speakers daargelaten). De meeste ontwerpen waar diepgang of een hoge output prioriteit hebben, hebben baat bij een hoge compressiefactor.
    Luidsprekers met kleine diameters hebben als voordeel dat de conus makkelijker stijf kan worden gemaakt als grotere diameters. Dus 12" zijn over het algemeen makkelijker stijf te krijgen als 15", welke op hun beurt makkelijk stijf te krijgen zijn als 18" (o.a. de spoelgrootte (VC) speelt hierin een rol). Ontwerpen met kleinere diameters hebben dan ook vaak een hogere compressiefactor.

    S2: Dit is de mond van hoornsegment 1 en de throat van hoornsegment 2. Dit wordt automatisch ingevuld bij het begin van hoornsegment 2.

    Veel hoorns worden in eerste instantie ontworpen als 1 segment. Hierbij is S2 dus het uiteindelijke mondoppervlakte van de hoorn. Pas later wordt de hoorn opgedeeld in meerdere segmenten. Bij het gebruik van meerdere segmenten kunnen enkele functies van Hornresp niet meer worden gebruikt.

    Notitie: Voor tapped en offset hoorns wordt de compressiefactor bepaald door Sd/S2.

    L12: (Lees als L-1-2): De (axiale) lengte van hoornsegment 1 (in cm) – Je kunt door dubbel te klikken in het invoerveld kiezen voor verschillende hoornverlopen, welke elk hun eigen eigenschappen hebben.
    CON staat voor conisch, EXP voor exponentieel, HYP voor hyperbolisch en TRA voor tractrix. Als het invoerveld geselecteerd is, kun je ook kiezen door C, E, H of T te typen.

    De meeste hoorns bestaan uit 1 van bovenstaande hoornverlopen, opgebouwd uit meerdere conische segmenten. De reden hiervoor is dat dit over het algemeen de meest eenvoudige en praktische manier van bouwen is.
    Hou hier rekening mee, wanneer je een hoorn ontwerpt (indien je de intentie hebt er 1 te bouwen). Het is namelijk niet makkelijk om een werkelijk exponentiële hoorn te maken.

    Mid/hoog en band pass hoorns (BPH) kunnen veel korter worden gemaakt en bestaan dan ook regelmatig uit slechts 1 hoornsegment. Bij een BPH wordt door deze korte hoorn meer nadruk gelegd op de voor en achterkamer (daarover verderop meer).

    F12: Hoornsegment 1 onderste grensfrequentie (cut-off) voor exponentiële, hyperbolische en tractrix hoorns.

    T: In eerdere versies van Hornresp was deze parameter bekend als FLA.

    Hyperbolische (-exponentiële) hoornverloop parameter – Dit bepaalt hoe en hoe snel de contour van de hoorn verloopt richting de hoornmond. Druk op H als de cursor in het L12 invoerveld staat. Er kan nu slechts met één hoornsegment gewerkt worden. Van de vele mogelijkheden staan er hieronder enkele vermeld.

    T = 0 Het hoornverloop is nu catenoidaal. Dit type hoornverloop is makkelijk in een ontwerp toe te passen omdat de hoorn pas relatief laat begint met expanderen. Zodra dit echter begint, verloopt het erg snel. Op deze manier is het makkelijker om een lange hoorn in een relatief kleine behuizing te passen.

    Er is natuurlijk wel een minpunt: Om een goede diepgang te verkrijgen wil je eigenlijk dat het hoornverloop sneller expandeert. Zoals met bijvoorbeeld:

    T = 1 (exponentieel). Een exponentiële hoorn geeft een hogere output in het laag dan een catenoidale hoorn. Het is dan ook te verwachten dat dit minder praktisch opvouwbaar is.

    Gelukkig kun je hier elke waarde (met 2 decimalen) tussen 0.00 en 1.00 invoeren zodat je zelf kunt kiezen waar je de compromis legt.

    T = 99,999.99 Hiermee krijg je een conisch hoornverloop. Dit hoornverloop is volkomen recht, oftewel van S1 naar S2 verloopt in rechte lijnen. Conische hoorns hebben vaak een 'bultje' (enkele dB's meer output op een smalle frequentieband), voordat ze afvallen. In sommige gevallen kun je dit gebruiken om iets meer diepgang te verkrijgen.
    Laatst gewijzigd door Rademakers; 14-10-12 om 19:13.

  3. #3

    Ingeschreven
    Jul 2003
    Locatie
    1
    Posts
    1.281

    Standaard

    T/S-parameters

    Hornresp kan de BL, Cms, Rms en Mmd berekenen uit andere T/S-parameters. Door te dubbelklikken op een invoerveld verschijnt er een calculator die stapsgewijs de specifieke T/S-parameter berekend. Voor deze berekening kunnen T/S-parameters zoals Fs, Qes, Qms en Vas nodig zijn. Je kunt deze calculator bijvoorbeeld gebruiken om T/S-parameters "na te rekenen".

    SD: (Sd) De effectieve oppervlakte van de conus van de luidspreker – Zo is een 18" doorgaans tussen 1100 - 1300 cm^2 en een 15" tussen 750 - 900 cm^2.

    |DIAMETER | SD (cm^2) |
    | 5" | 85 |
    | 6.5" | 130 |
    | 8" | 230 |
    | 10" | 330 |
    | 12" | 500 |
    | 15" | 780 |
    | 18" | 1200 |

    BL: De fluxdichtheid x (maal) de lengte van de spoeldraad (B x L = BL). Het maakt hierbij niet uit of deze is gegeven in Tesla.meter of in Newton/Ampère (N/A), het komt namelijk op hetzelfde neer. Als je het Engels machtig bent kun je hier lezen waarom dat zo is. Om de BL te berekenen heeft Hornresp de Cms, Re, Fs en Qes nodig.

    CMS: (Cms) Een parameter die de mechanische compilantie (meegaandheid, compilantie is het tegenovergestelde van stijfheid) van de totale ophanging van de konus voorstelt (m/Newton). De totale ophanging bestaat uit de spider(s) en de membraanophanging. Benodigde parameters voor berekening; VEL (default), DEN (default), Sd en Vas.

    RMS: (Rms) Een parameter die de mechanische demping aangeeft (Newton.sec/m). Deze parameter heeft niets te maken met de RMS-belastbaarheid/ het RMS-vermogen. Om deze parameter te berekenen heb je de Cms nodig (bereken deze dus eerst), de Fs en Qms.

    MMD: (Mmd) De bewegende massa van de luidspreker – Soms staat Mms gegeven, hierbij wordt ook rekening gehouden met het gewicht van de verplaatste lucht. Tussen Mmd en Mms zit dan ook meestal slechts een subtiel verschil. Hoe Mms berekent wordt kan per fabrikant verschillen. Mmd valt uit de andere T/S-parameters af te leiden.

    LE: (Le) De inductantie van de spoel (gemeten op 1 kHz). Dit kan niet uit andere T/S-parameters worden afgeleid. De Le heeft invloed op het afrollen van de hoorn in het hoog. In een hoorn voor laagweergave zijn hierop ook andere parameters van invloed, zoals de bochten waarin de hoorn gevouwen is en de voorkamer die als laagdoorlaatfilter werkt. Een Adire Whitepaper laat de impact op de transientrespons zien, welke mogelijk een belangrijker effect is.

    RE: (Re) De gelijkstroomweerstand van de luidspreker (de weerstand die je meet met een multimeter indien de speaker niet in gebruik is) – Deze is voor 8 ohm luidsprekers vaak in de trant van 5 -6 ohm en voor 4 ohm luidsprekers rond de 3 Ohm.

    …einde van de T/S-parameters

    ND: Aantal luidsprekers in de luidsprekerbehuizing – Ga naar; Input parameters  Tools  Multiple drivers. Bij een verdubbeling van Nd moeten hoornparameters zoals S1, S2, Vtc, Vrc, Ap, Atc en dergelijke ook worden verdubbeld om de hoorn gelijk te houden. De hoornlengte blijft gewoonlijk vrijwel gelijk.

    VRC: Volume achterkamer (in liter) – Dit is de achterkamer van de hoorn in het geval van een frontloaded hoorn. In de meeste gevallen is het een gesloten kamer, met de luidspreker gemonteerd in één van de wanden. In veel gevallen (zoals bijv. bij de Punisher) bevindt het openingsluik voor de bevestiging van de luidspreker zich ook in de achterkamer.

    - Een hoornsub die ontworpen is om op zichzelf te worden gebruikt heeft doorgaans een grote achterkamer om nog een redelijke
    output te hebben bij lagere frequenties. Het nadeel is echter dat de mechanische belastbaarheid afneemt en de Xmax dus eerder
    wordt bereikt.
    - Een hoornsub die bedoeld is om te worden gestackt heeft over het algemeen een kleinere VRC. De laagweergave is hier meer gebaseerd op de werking van de hoorn. Zo'n hoorn zal indien op zichzelf gebruikt een flinke dip in de frequentiekarakteristiek vertonen (Labhoorn bijv.).
    Door de hoorn te stacken wordt de oppervlakte van de hoornmond vergroot. Hoe lager de weer te geven frequentie, hoe groter de mondoppervlakte moet zijn om dat goed weer te kunnen geven.
    - BandPassHoorns (BPH) hebben over het algemeen ook een grote VRC al dan of niet gepaard gaande met een grote VTC (zie verderop). BPH zijn meestal ook bedoeld om in stacks te worden gebruikt, met als bijkomend kenmerk dat de hoornlengte te kort is om als "ware hoorn" te worden bestempeld.

    LRC: Gemiddelde lengte achterkamer – Hiermee geef je de diepte van de achterkamer weer. Indien je de resonanties, die op kunnen treden in de achterkamer maskeert, heeft dit geen invloed op de frequentiekarakteristiek van de hoorn (Options: Throat chamber and rear chamber resonances). Je kunt hier dan een willekeurig getal (bijv. 20 cm invullen). Indien je de resonanties niet maskeert heeft deze hoornparameter grote invloed maar vooral bij hoge frequenties die buiten het bereik van een sub/baskast vallen. Hoe groter de LRC hoe meer invloed deze resonanties in het laag zullen hebben.
    In eerste instantie kun je dit gewoon maskeren. Hou er wel rekening mee mocht je overgaan tot het daadwerkelijk maken van een hoorn.

    FR: De akoestische impedantie van het gebruikte dempingsmateriaal – Dit kan op default gelaten worden of op nul.

    TAL: De dikte van het gebruikte dempingsmateriaal – Dit kan op default gelaten worden of op nul.

    AP: De poortoppervlakte – Ap en Lpt (poortlengte) specificeren samen de afmetingen en eigenschappen van de poort.

    Standaard zitten FR en TAL op de plaats van AP en LPT. Een dubbelklik op het VRC, LRC, FR of TAL invoerveld doet FR/TAL en AP/LPT van plaats verwisselen. De afstemfrequentie kan worden achterhaald aan de hand van een scherpe dip in de grafiek van o.a. de SPL respons of de conus uitslag.
    Voor de gecombineerde respons van de poort en de hoorn: Tools --> Combined response --> (verschil in cm) --> Enter. Zie ook Poort Ondersteunde Hoorns.

    Ap en Lpt kunnen ook worden gebruikt om een poort in een tapped hoorn (met VTC) te specificeren. De poort mond uit ter hoogte van S2, de VTC bevindt zich tussen de poort en de luidspreker.

    LPT: Achterkamer poortlengte (cm) – Zie AP (boven) en Poort Ondersteunde Hoorns.

    VTC: Volume Throat Chamber (in cm^3) – Het volume van de voorkamer. Let er hierbij op dat het volume deze keer niet in liters maar in kubieke cm wordt weergegeven.
    In principe heb je bijna altijd een voorkamer, aangezien het volume van de lucht in/voor de conus van de luidspreker ook als voorkamer werkt. In hoogdrivers wordt dit volume meestal verkleind door het gebruik van fasepluggen (phaseplug). In BPH is dit volume meestal vrij groot (waardoor de BPH gelijkenissen vertoont met 4de orde bandpass, vandaar de naam).

    Bij het simuleren van een backloaded hoorn (zoals de glijbaan) is de VTC het volume van de achterkamer. Vul in dat geval bij VRC en LRC nul in.

    ATC: De gemiddelde oppervlakte van de voorkamer (VTC) - Indien je kiest voor resonanties maskeren (zie LRC) heeft de grote van de ATC weinig of geen invloed. In het schematische diagram kun je zien wat ATC is/doet, bij het na elkaar invullen van 2 verschillende waarden. Mocht je de resonanties niet maskeren, maak de ATC dan in het begin even groot als de Sd van de luidspreker en ga eventueel van daaruit verder.
    Laatst gewijzigd door Rademakers; 14-10-12 om 19:20.

  4. #4

    Ingeschreven
    Jul 2003
    Locatie
    1
    Posts
    1.281

    Standaard

    Een aantal tools

    De beschikbaarheid van de tools die je kunt gebruiken verschilt per window. Hieronder een selectie van enkele tools die ik zelf, de eerste maand het meest gebruikte.

    Window 1 (Input parameters):

    - Driver arrangement (multiple drivers) - Normal: Als meerdere luidsprekers parallel of in serie worden gezet berekend Hornresp intern de vervangende "nieuwe" parameters voor de luidspreker. Deze verandering is alleen zichtbaar als een getal bij Nd, OD of TH (onder Re invoerveld).
    Normaal zijn alle simuleringsmogelijkheden met uitzondering van offset hoorns (OD) of tapped horns (TH).
    - Driver arrangement - Offset: Nieuwere mogelijkheid om een hoorn te simuleren waarbij de luidspreker niet recht in de hoorn "vuurt" maar in de zijkant van de hoorn is opgenomen. Dit kan handig zijn omdat bij een dergelijke luidsprekerplaatsing niet altijd duidelijk is wat de compressieratio en de voorkamer is. Voorbeelden van offset hoorns zijn de 1850 hoorn (speakerplans), het CV-stijl vouwpatroon en de Punisher.
    S1 is het dode einde van de hoorn (aan het begin), S2 bevindt zich recht voor de luidspreker. De compressieratio = Sd/S2.
    - Driver arrangement - Tapped horn: Voor de simulatie van tapped hoorns (zie volgende post), voorheen gaf dit een "prompt" voor elke simulatie.
    - System design (hypex-designer) – With driver: Hiermee bereken je een optimale hyperbolische exponentiële bas/sub hoorn op basis van de (ingevulde) T/S-parameters en de gewenste afrolfrequentie in het hoog en in het laag. Voor PA zijn op deze manier berekende subkasten niet functioneel genoeg (het zijn bakbeesten), bij PA worden namelijk vaak 4 of 6 subkasten gestackt om dezelfde mondoppervlakte en hoornlengte te bereiken als één zo'n optimale hoorn.
    [FONT=Verdana]Het geeft wel meteen aan dat je realistische eisen moet stellen aan de SPL in relatie tot de laagweergave. Met "compare" (verderop) kun je makkelijk stap voor stap terugrekenen (reverse engineering) naar een handelbaar formaat.
    - System design – From specifications: S1 en VRC zijn gefixeerd, de ingevoerdeT/S-parameters kunnen hierbij veranderen.
    - Find: Handig om snel een "record" te vinden indien je veel verschillende "records" hebt. Een optie om de recordlijst kort te houden is Hornresp Merge (zie updates).

    Window 4:

    - Multiple speakers: Voor het berekenen van de weergave door meer dan één kast (in een stack). Alleen mogelijk bij het gebruik van één hoornsegment.
    - Impuls respons: Een goede impuls respons geeft een scherpe piek met weinig en/of kleine piekjes en dipjes daarna.

    Window 3,4,5,6,7:

    - Sample: Geeft per windowtype een bepaalde grootheid bij een ingevulde frequentie. Zo geeft dit bij 6) De uitslag van het membraan bij een specifieke frequentie, om bijv. te bepalen welk vermogen de luidspreker kan verwerken..

    Window 4,5,6,7:

    - Compare: Hiermee kun je een huidige berekening vergelijken met de voorgaande berekening. Zo kun je kijken wat de beste hoornparameters zijn door deze stap voor stap te veranderen en zo naar een goede compromis te gaan, óf om de invloed van de T/S-parameters te bekijken.
    Om een simulatie langer vast te houden kan "Control +_C" worden gebruikt. "F4" roept deze simulatie weer op.

    Window 1 t/m 7:

    - Options: Throat chamber and rear compression chamber resonances - Hier kun je aangeven of Hornresp de resonanties die ontstaan ten gevolge van de afmetingen van de voor en achterkamer maskeert, niet maskeert of elke keer vraagt of er gemaskeert moet worden. Zie ook de uitleg bij LRC en ATC. Standaard kun je dit maskeren maar hou er rekening mee bij het daadwerkelijk maken van een hoorn.

    - Options: Default result window - Het window dat verschijnt nadat je op "calculate" (in Window 1) hebt geklikt. SPL response (window 4) is hier gangbaar.
    Laatst gewijzigd door Rademakers; 14-10-12 om 20:50.

  5. #5

    Ingeschreven
    Jul 2003
    Locatie
    1
    Posts
    1.281

    Standaard

    Export

    Met export kun je de data uit Hornresp bekijken met andere programma´s
    Window 1: Exporteer de input parameters als een AkAbak-script. Ang moet 2,0 Pi zijn.
    Window 2: Geeft het schematische diagram in de vorm van een txt-file. Geopend met een programma als notepad geeft het een lijst van hoornparameters (zoals hoornoppervlakte, hoogte, diepte , hoek) per cm hoornlengte. In het invoerveld kan de hoogte bij S1, S2,... worden ingevuld, de oppervlakte gedeeld door de interne breedte van de kast. Een “increment van 1 geeft de parameters per 1 cm.
    Window 3 t/m 7: Geeft de specifieke parameter van de grafiek tegenover de frequentie in een txt-file.

    Hoe betrouwbaar is de simulatie in het hoog?

    Hornresp simuleert de “power respons” van de hoorn, welke verschilt van de respons die je (on-axis) zou meten met een microfoon. De power respons is wat je zou meten als alle frequenties omnidirectioneel zouden afstralen. In dat geval zouden alle frequenties rondom afstralen, begrenst door de bij ANG opgegeven afstraling.
    Dat betekent dat de simulatie vrij accuraat is tot op het punt waar de hoorn directiviteit verkrijgt. Dit is bij vuistregel als de hoornmond groter of gelijk is aan de golflengte.
    Boven deze frequentie voorspelt Hornresp standaard lagere waarden dan de gemeten respons. Gelukkig heeft Hornresp de nodige upgrades ondergaan om dit op te vangen.

    Zodra de power respons is berekend; Tools --> Directivity. Geen input in het invoerveld geeft wederom de power respons, een nul invoeren geeft de on-axis respons, etc. I.p.v. directivity kan Polar Pattern worden gekozen. Dit geeft naast het patroon de Directivity Index ((DI) op de gekozen frequentie. De DI geeft het aantal dB winst op de power respons weer.

    Tapped hoorns

    Hornresp 16.xx en hoger zijn geschikt voor de simulatie van tapped hoorns. Deze oude maar recentelijk herontdekte (en beter begrepen) techniek staat het toe om een “ soort van” rearloaded hoorn te maken met een relatief kleine hoornmond in verhouding tot de geleverde prestaties. De tapped hoorn is vooral interessant voor laagweergave vanwege de relatief kleine hoornmond in verhouding tot normale hoorns, temeer daar de fase en frequentierespons in het hoog niet al te best zijn. Om deze reden wordt deze techniek eigenlijk alleen toegepast voor bas/subweergave. Er is inmiddels aardig wat informatie op het wereldwijde web te vinden, ondermeer hier. De onderstaande tekst is vooral bedoeld om met simuleren te kunnen beginnen en richting te geven.

    Het “standaard model” tapped hoorn ziet er als volgt uit. Dit model bestaat uit drie hoornsegmenten zonder voor en/of achterkamer (Vtc/ Vrc). Karakteristiek voor de tapped hoorn is de manier waarop de luidspreker de hoorn belast: De achterkant van de luidspreker bevindt zich in de buurt van het begin van de hoorn en de voorkant bevindt zich in de buurt van de hoornmond (het omdraaien van de luidspreker heeft geen grote invloed op de werking van de tapped hoorn). Kernpunt is dat de luidspreker aan beide kanten door de hoorn belast wordt, in tegenstelling tot de rearloaded hoorn (zoals de glijbaan) waarbij slechts één kant van de luidspreker belast wordt.

    - Het 1ste segment (S1, S2, L12) begint vanaf het gesloten gedeelte van de hoorn (S1) en eindigt op (het midden van) de achterkant van de luidspreker.
    - Het 2de segment (S2-S3, L23) begint vanaf de achterkant van luidspreker en eindigt op (het midden van) de voorkant van de luidspreker.
    - Het 3de segment (S3, S4, L34) begint vanaf de voorkant van de luidspreker en eindigt bij de hoornmond.

    Gewoonlijk zijn het 1ste en 3de hoornsegment aan de korte kant, terwijl het 2de segment verreweg het langst is. In de eenvoudigere ontwerpen (zie ook voorbeeld) zijn het 1ste en 3de segment ongeveer even lang, in ieder geval de halve diameter van de gebruikt luidspreker. Wijzigingen aan deze twee segmenten kunnen worden gebruikt voor fijnafstelling van het ontwerp.
    Hornresp heeft een “Tapped Horn Wizard” die kan worden gebruikt om de luidspreker vrijelijk over de gehele hoornlengte te verplaatsen. De Wizard gaat hierbij wel uit van een constant hoornverloop tussen S1 en hoornmond.

    De compressiefactor bij een tapped hoorn wordt bepaald door Sd/S2 in plaats van Sd/S1 zoals dat bij normale hoorns het geval is.
    Ook hier geldt dat een compressiefactor van 2:1 veilig wordt geacht voor luidsprekers van 15” of groter. Kleinere diameters komen misschien met een hogere compressiefactor weg.
    Voor de meeste tapped hoorns is de totale hoornlengte groot in verhouding tot de meeste front en rear loaded bandpass hoorns (BPH). Enkele voorbeelden van luidsprekers/ tapped hoorns:
    (1) Let op: Hier wordt Vtc niet gebruikt omdat Atc niet ingevuld is.
    (2)
    (3)

    Een recentelijke ontwikkeling in Hornresp maakt het mogelijk om een tapped hoorn met voorkamer (Vtc) te simuleren. Deze voorkamer kan ook poort bevatten (Ap, Lpt).

    Notitie: De Fs van de gebruikte luidspreker kan hoger zijn als de gewenste onderste grensfrequentie maar niet meer dan 2 x zo hoog.

    Poort Ondersteunde Hoorns

    Poort ondersteunde hoorns (kortweg gepoorte hoorns) hebben een Helmholtzresonator (basreflexpoort) in de achterkamer. De poort/achterkamer is zo afgestemd dat deze meestal beneden de onderste grensfrequentie van de hoorn valt. Er zijn daar drie reden voor aan te wijzen:

    - Een afstemming binnen de bandwijdte van de hoorn leid gewoonlijk tot een vorm van interferentie. De frequentierespons wordt bijvoorbeeld plaatselijk erg piekerig of heeft gedeeltelijk minder output.
    - Op de afstemfrequentie is de conusuitslag het laagst. Onder/op de onderste grensfrequentie van de hoorn is de conusuitslag het hoogst. De poort kan dus worden gebruikt om de excursie te remmen. Beneden de afstemfrequentie neemt de excursie echter weer snel toe, het is daarmee geen volledig alternatief voor een high pass filter, wel een uitbreiding.
    - Voor hoorns die op zichzelf of in smalle stacks worden gebruikt kan de poort voor extra output in het laag zorgen, zoals een basreflex dat in verhouding tot een gesloten kast doet.
    - In een niet-gepoorte (frontloaded) hoorn wordt de luidspreker onder de grensfrequentie alleen nog door de gesloten kamer belast. De output van de gesloten kast ten opzichte van de hoorn is natuurlijk erg laag, De output van een gepoorte achterkamer is plaatselijk een stuk hoger maar is doorgaans nog steeds laag in vergelijking met de hoorn. Een gesloten kast rolt in het laag gewoonlijk met 12 dB/octaaf af, waar een basreflex met 24 dB/octaaf afrolt.

    Aangezien hoorns meestal een relatief kleine achterkamer hebben moet de poort vrij lang zijn om een lage afstemming te verkrijgen. Als de poort te lang wordt ontwikkeld deze een ¼-golflengte resonantie in het werkgebied van de hoorn. Als de poort kort wordt gemaakt is ook de overeenkomstige poortoppervlakte klein waardoor het “ruisen” van de poort in de hand werkt (luchtsnelheid in de poort > 34 m/sec.)
    De luchtsnelheid in de poort kan worden gecontroleerd met programma’s zoals WinISD Pro of BassBox Pro. De achterkamer wordt in dit geval gesimuleerd als een normale basreflex, met het maximaal toegediende vermogen in het “signal” invoerveld. Hierbij kan een high pass filter worden toegepast via het filter tabblad, dit werkt een verlaging van de luchtsnelheid in de poort in de hand.
    Laatst gewijzigd door Rademakers; 15-10-12 om 14:55.

  6. #6

    Ingeschreven
    Jul 2003
    Locatie
    1
    Posts
    1.281

    Standaard

    Updates

    Hornresp 8.xx: Veranderd SPL-model.
    *Hornresp 11.xx: Simuleren van een poort in de achterkamer, zie ook AP, LPT en Poort ondersteunde hoorns.
    *Hornresp 16.xx: Eindelijk grip op de werking van tapped hoorns. Zie ook tapped hoorns.
    *Hornresp 16.40: Hornresp simuleert nu negatieve expansies zoals bijv. transmissie lijnen (TL's)
    *Hornresp 20.00: Offset hoorns en tapped hoorns met een poort..
    *Hornresp 20.10: Tapped hoorns met een (gepoorte) voorkamer.
    *Hornresp 21.00: Simulatie van compound hoorns (Een hoorn aan beide zijden van de luidspreker).
    *Hornresp 21.50: Simuleer de impuls respons.
    *Hornresp Merge: Niet van David McBean maar een interessant programma dat het mogelijk maakt om individuele Hornresp bestanden tussen verschillende DAT-files uit te wisselen. Om ongebruikte bestanden te verwijderen en te archiveren of om individuele bestanden via het internet uit te wisselen.

    Download: http://www.dmcbean.bigblog.com.au/ / http://www.dmcbean.bigblog.com.au/da...1007181054.exe

    Samenstelling:

    In willekeurige volgorde: Paul Spencer, Johan Rademakers en John Sheerin
    Laatst gewijzigd door Rademakers; 14-10-12 om 20:49. Reden: Update

  7. #7

    Standaard

    Hallo,

    Goede handleiding!! Ik gebruik het programma al een tijdje en vind het een super programma! Maar zelfs als je het al veel gebruikt is zo'n handleiding toch nog weer een mogelijkheid om nog beter te begrijpen waar je mee bezig bent.

    Ik zit alleen nog met 2 ontwerpen waar ik niet mee uit de voeten kom, namelijk de bandpass hoorn (zoals we die allemaal kennen, ook van Funktion one) en de (zoals ik ook al in andere topic's had vermeld) Hybride hoorn (zoals de TSE Sub en de DAP variant waar de tekeningen wel van rondzwerven).

    Wat is nu de voorkamer? Waar begint de hoorn? Hoe combineer je het basreflex gedeelte met zo'n kast enzovoort, dat zijn allemaal vragen die bij mij naar boven komen.

    En een rechte hoorn, zoals mijn kast (wat misschien ook weer niet een hoorn is?) Die sommigen van jullie hebben kunnen horen bij de meeting bij IVEN, die kast van 120cm bij 120cm bij 60cm. Is dit wel te simuleren met hornresp???

    Dit zijn vragen die bij mij naar boven komen, dus wat als het iets exotischer wordt en je misschien zoals bij de hybride sub misschien een tweede programma zou moeten gebruiken voor het bassreflex gedeelte?? Hoe zit het dan? Hoe combineer je deze twee programma's??

    Ik ben benieuwd.

    Groetjes Martin Ottens

  8. #8

    Ingeschreven
    Jul 2003
    Locatie
    1
    Posts
    1.281

    Standaard

    Wat is nu de voorkamer? Waar begint de hoorn?
    Een hoorn uit zich als een oppervlakte dat over afstand groter wordt. De voor/achterkamer is een luchtmassa die zich voor de hoorn bevind t.o.v. de driver. S1 is het kleinst en bevindt zich tussen de voor/achterkamer en hoorn. Het begin van de hoorn is dan beredeneerbaar als de kleinste oppervlakte tussen driver en voorkamer. Bij mijn weten ook het alom gerespecteerde model.
    Bij een BPH resulteert dit ontwerpsgewijs, vaak in een zandlopermodel, bij een hybride overigens ook.

    Hoe combineer je het basreflex gedeelte met zo'n kast enzovoort, dat zijn allemaal vragen die bij mij naar boven komen
    Ik denk (voorlopig) dat een hybride vooral overeenkomst vertoont met een rear loaded horn. De naam hybride lijkt me vooral handig om te benadrukken dat het hier om een verkorte hoorn gaat net zoals dat bij een BPH het geval is.
    In Hornresp levert vrijwel geen enkel bestaand model twijfelachtige invoerparameters op en door het grotere aanbod in die invoerparameters is de simulatie nauwkeuriger als met bijv WinISD. Beide programma's zijn het wel eens over de frequentie response, die zich voor dit hybride model kenmerkt door een vrij grote piek die zowel in het hoog als laag afvalt. In het hoog kan dit eventueel overgaan in een nieuwe piek. Door de piek juist te plaatsen kun je toch nog een lage f6 behalen ondanks de korte hoorn.

    Een hybride is een samenspel tussen een vrij grote achterkamer en een korte hoorn. De achterkamer is hierbij grotendeels verantwoordelijk voor de output onder de Fc van de hoorn.
    Door een grotere achterkamer wordt de gemiddelde belastbaarheid kleiner maar de belastbaarheid in het laag (tot op en zeker punt) neemt toe.
    Beneden de Fc stijgt de excursie vrij snel van nagenoeg nul tot practisch oneindig. Een 24 dB/oktaaf filter (of hoger) lijkt dan ook op zijn plaats.
    Voordelen van een hybride zijn de eenvoudige constructie, de verhoogde SPLmax t.o.v. een basreflex en de verbeterde diepgang (SPL in het laag) t.o.v. een BPH. Nadelen zijn de nadelen die aan een rearloaded horn kleven en de piekerige respons.

    En een rechte hoorn, zoals mijn kast (wat misschien ook weer niet een hoorn is?) Die sommigen van jullie hebben kunnen horen bij de meeting bij IVEN, die kast van 120cm bij 120cm bij 60cm. Is dit wel te simuleren met hornresp???
    Ik heb jouw kast niet gezien, foto's/tekeningetje?

    Mvg Johan

  9. #9

    Standaard

    Ik denk (voorlopig) dat een hybride vooral overeenkomst vertoont met een rear loaded horn.
    Dat is grappig, ik zat gister te denken aan mijn al lang geleden verkochte 15" glijbaan gebouwd volgens het Fane ontwerp! Ik wist dat dit een rear loaded horn was en bedacht gister ineens de overeenkomst tussen deze een hybride kast, behalve dan dat de hybride een veel kortere hoorn is.

    Fijn dat jij hier ook zo over denkt!, dat doet me goed.

    Maar dan het hybride verhaal:

    In het hoog kan dit eventueel overgaan in een nieuwe piek. Door de piek juist te plaatsen kun je toch nog een lage f6 behalen ondanks de korte hoorn.
    Dit is mij even onduidelijk, maar nu moet ik eerlijk zeggen dat de termen F6, F3 enzovoort maar ook Fc mij onduidelijk voorkomen? Beetje slordig denk ik als je wilt hoornontwerpen maar misschien kun jij hier duidelijkheid in verschaffen.

    Samenvattend als ik jouw verhaal zo lees, kan ik een hybride simuleren met Hornresp?? Ik zal dit eens proberen, maar eerst jouw verhaal nog even 5x doorlezen!! Dan zit het ook voor altijd in het koppie.

    Mijn kast is nagebouwd van de dynacord V-systems, zie onderstaande link

    http://www.dynacord.com/pdf/61_54_katalog_e.pdf


    Het is een kast van 120cm bij 120 bij 60cm waarbij de speakers (2 x 18") op ongeveer 50cm van de achterplaat zijn verwijderd en er dus een open ruimte voor de speakers bevind van ongeveer 70cm. Kijk maar eens op pagina 9 van de folder! (V28PWH)

    Dan een andere kast, ook hier in de folder (zie bovenstaande link), V17PWH, is dit een bandpass ofzo?? maar dan alleen met een voorkamer en geen hoorn?? En kun je dit ook in hornresp, betrouwbaar simuleren? Dus een bandpass hoorn zonder hoorn??

    Genoeg vragen zo denk ik, maar welke practische voorbeelden voor iedereen die dit topic leest!

    groetjes Martin

  10. #10

    Standaard

    Hallo Rademakers,

    Nog steeds vind ik dit een erg nuttig onderwerp. Ik ben even met de Back Horn an't stoeien geweest en heel kort heb je hierboven beschreven wat je moet invullen.

    Net als in de help staat:

    VRC en LRC op nul zetten (deze vervallen) en bij VTC vul je de kastinhoud in (let op in cc's en niet in liters!!).

    Je zou zo ook een basreflex kunnen maken, wat ik ook heb geprobeerd maar wat mij opvalt is dat de response niet echt laag te krijgen is, zowel bij een backloaded horn als bij een basreflex simulatie. Ik heb het idee dat de direct afgestraalde energie niet echt wordt meegeteld omdat die toch al zorgt voor een mooi verloop tot ongeveer 40Hz??

    Misschien zou je hier iets dieper op in kunnen gaan, de Back Loaded Horn om dit onderwerp (de handleiding) nog completer te maken.

    alvast bedankt,

    Met vriendelijke groet,

    Martin Ottens

Forum Rechten

  • Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
  • Je mag geen reacties plaatsen
  • Je mag geen bijlagen toevoegen
  • Je mag jouw berichten niet wijzigen
  •  

Inloggen

Inloggen